Afspraak maken?

Bel voor een afspraak of meer informatie met de polikliniek Chirurgie. (0187) 60 71 00

Onderzoek & Diagnose

Bloedonderzoek:
De meeste hormonen circuleren in ons bloed gebonden aan plasma-eiwitten. Dit geldt evenzeer voor schildklierhormonen: T4 en T3 zijn voor ongeveer 70 % gebonden aan het Thyroxin Binding Globulin (TBG), voor 10% gebonden aan het Transthyretrine (TTR) en voor ongeveer 15 à 20% aan het Albumine. 


Het is echter de circulerende VRIJE gedeelte van het hormoon die biologisch actief is. Hierdoor is de bepaling van de totale hoeveelheid schildklierhormoon niet altijd de juiste weerspiegeling van  schildklierfunctie van de patiënt. Er bestaan verschillende omstandigheden waarbij het gehalte van de plasma-eiwitten gewijzigd is. In de dagelijks praktijk zijn inname van oestrogenen (“de pil”) en zwangerschap, de meest voorkomende situaties waarbij de sterk gestegen eiwitconcentratie de totale hoeveelheid schildklierhormoon zal doen toenemen zonder het actieve vrije gedeelte te wijzigen. 

Om een goede inschatting van de schildklierfunctie van de patiënt te maken wordt de actieve vrije schildklierhormoonfractie  ( vrij T4) bepaald.

Naast de bepaling van TSH en schildklierhormonen zijn er in bepaalde gevallen nog andere bepalingen nodig om tot een goede diagnose te komen:

  1. -          Bloedbezinking (BSE) en CRP: in geval van schildklieronsteking
  2. -          Antistoffen die de schildklier doen “versnellen”: antistoffen tegen TSH-receptor (TSI/TSAb)
  3. -          Antistoffen die de schildklier doen “vertragen”: anti-thyroidperoxidase antistoffen (TPO)
  4. -          Thyreoglobuline/antithyreoglobuline: markers voor het opvolgen van patiënten die behandeld zijn 
               
    voor maligniteiten van de schildklier (kwaadaardigheden)

Echografie van de hals:
Bij echografie wordt gebruik gemaakt van hoog frequente geluidsgolven. Deze geluidsgolven zijn voor het menselijk gehoor niet waarneembaar. De geluidsgolven worden het lichaam ingezonden door een kleine echokop direct op de huid te plaatsen. Dit apparaat is een apparaatje dat geluidsgolven kan zenden en ontvangen. Om het geluid goed te kunnen ontvangen en uitzenden zit er gel tussen de transducer en de huid. Het uitgezonden geluid wordt door de organen in het lichaam teruggekaatst (echo) naar de transducer. Het geluid wordt in een elektrisch signaal omgezet, waardoor een beeld van de schildklier bestaande uit grijstinten op de monitor ontstaat. Het is het zelfde apparaat waarmee tijdens de zwangerschap de foetus wordt beoordeeld in de baarmoeder.

Het onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk. Door de oppervlakkige ligging is de schildklier goed toegankelijk voor een echografie. Met een echografie van de schildklier kunnen grootte en eventuele vormafwijkingen in de schildklier worden beoordeeld.  Tijdens het onderzoek zal er ook worden gekeken naar de lymfeklieren, afwijkende bijschildklieren, cysten buiten de schildklier.

Fijne naald punctie (cytologische punctie, FNAC):
De fijne naaldpunctie is een onderzoek waarbij een afwijking die tijdens de echo wordt gezien middels een hele dunne naald wordt aangeprikt. Er worden dan cellen los gezogen, die vervolgens (na het opheffen van de onderdruk) uit de naald op objectglaasjes worden uitgespoten. Nadat de cellen zijn gekleurd kan een ervaren arts-patholoog onder een microscoop deze beoordelen.  Het aanprikken van de zwelling is doordat er gebruikt gemaakt wordt van een hele dunne naald nagenoeg pijnloos.
Elke voelbare zwelling komt in principe aanmerking voor deze techniek. Ook vergrote lymfeklieren in de hals kunnen worden aangeprikt en op de zelfde wijze worden beoordeeld.

CT-scan / Schildklierscan/scintigrafie / Bijschildklierscan / MIBI-scan:

Dit zijn aanvullende onderzoeken die alleen in speciale gevallen worden ingezet. De arts zal u hier verder over informeren op de polikliniek.